07-10-2011

Wakker

“Laat me godverdomme slapen!” Een zin die iedere student ongetwijfeld meermaals per semester (of per les) denkt, in een sms verstuurt of gewoon lekker ouderwets brult naar de boosdoener die hem uit zijn dromen haalt. Want, met alle respect, wie verkiest er nu geen epische veldslag of stomende scène boven een paar uur ideeën aanhoren van mensen die al lang dood zijn en er zelf niet eens zeker van waren of ze ze wel allemaal op een rijtje hadden. Filosofen noemen ze dat dan, geleerden die antwoorden zoeken op de grote levensvragen: wat is de zin van het leven? Is er een God? Enzovoorts… Vragen die mensen zich stellen en waar men naar alle waarschijnlijkheid nooit een definitief antwoord op zal vinden. En waarom zou men ook een definitief antwoord willen? Laat iedereen maar voor zichzelf uitmaken of en hoe hij of zij die vragen wil beantwoorden.
Misschien moeten die zogenaamde filosofen zich richten op vragen die wat meer actueel zijn en waar wel één antwoord op te vinden is. Ethische kwesties zijn hier een schoolvoorbeeld van; vragen over de doodstraf, abortie en stamcelonderzoek. De wereld heeft antwoorden op zulke vragen nodig, als men tenminste gelooft dat er eenduidige antwoorden zijn.
Er zijn uiteraard ook vragen waar zelfs moraalfilosofen niet op komen en waar ze dus ook geen antwoorden op kunnen formuleren. Vragen die misschien slecht enkele mensen zich stellen, maar dat betekent nog niet dat ze geen antwoord verdienen. Vandaar de eerste zin van deze tekst, die na een kleine uitwijding toch de bedoeling had een eerste, misschien ietwat vreemde, vraag in te leiden:
Is het beter om te dwalen in een herinnering aan perfectie dan te leven in een afspiegeling ervan?
Fantasy > reality?
Anders gesteld is een droomwereld niet te verkiezen boven de harde “echte” wereld? Het is geen voor de hand liggende vraag, en ze heeft dus ook geen voor de hand liggend antwoord. Maar als men erover nadenkt zijn er wel degelijk mensen aan beide kanten van de keuze. Met een klein beetje verbeelding kan men alcohol- en drugsverslaafden immers beschouwen als mensen die hun droomwereld, hun roes, verkiezen boven de realiteit. Ook zij die meer tijd steken in hun profiel op sociale netwerksites of in games als World of Warcraft en Second Life zijn misschien mensen die hun keuze, al dan niet bewust, hebben gemaakt. Deze voorbeelden zijn de meest voor de hand liggende maar hebben het nadeel dat er zware problemen mee gepaard gaan, vooral in de eerste groep. Ook over de tweede groep is er echter geregeld berichtgeving dat iemand (meestal in Aziatische landen) zich letterlijk “doodgamet”.
Gelukkig kunnen we ook andere , minder extreme voorbeelden vinden. Mensen die relatief veel films of boeken verslinden maken die keuze immers ook, alleen (meestal) niet tot de extentie van een verslaafde. Schrijvers, en eventueel regisseurs, zijn betere voorbeelden. Zij scheppen immers de wereld waarin hun lezers, respectievelijk kijkers, zich storten. Zij ontwerpen in hun geest een universum met eigen natuurwetten, eigen morele regels. Wie kan er zeggen dat hij nog nooit gedagdroomd heeft? Iedereen maakt af en toe wel eens de keuze om de realiteit te verruilen voor iets meer aangenaam. Nog een goed voorbeeld is de student, die zich minstens éénmaal per week onderdompelt in het gulden studentennat, of iets sterkers. Heel bewust wekken zij dan een roes op die alle klanken zuiverder, alle kleuren helderder en elke uitdaging aantrekkelijker maakt, tot het ochtendgloren en een al dan niet aangenaam (en al dan niet alleen) ontwaken.
What to live for?
Genoeg voorbeelden van de minder voor de hand liggende zijde van de keuze, maar nog geen antwoord. Moeten we de keuze van de groep verslaafden respecteren zolang ze niemand in gevaar brengen en geen hulp vragen? Verschilt hun keuze in essentie van een aanvraag tot euthanasie? Iemand die euthanasie vraagt rekent immers ook op iets beters aan de andere kant, in het slechtste geval enkel een uitvlucht voor ondraaglijke pijn. Om hun keuze juist te kunnen beoordelen moeten we ons eerst afvragen waarom niet iedereen voor de droom kiest, dat is schijnbaar toch de makkelijke uitweg.
Waarom zijn er mensen die de realiteit verdragen, anderen die de realiteit met genoegen accepteren en nog anderen die de realiteit proberen te veranderen?
Al die mensen moeten een reden hebben om te leven, iets dat hen de moed geeft om vooruit te blijven gaan.
Moed, iets hebben om voor te leven, dat maakt het verschil tussen beide keuzes. Of het nu liefde, geld, woede of God is, mensen hebben een drijfveer nodig. Zonder doel, hoe vaag ook, kan niemand leven. Mensen kunnen evenmin leven zonder doel als mieren overleven zonder koningin. Eender welke hindernis wordt onoverbrugbaar, waarom zou je immers proberen een hindernis te nemen als er aan de overkant geen beloning wacht? No pain, no gain. En als je geen gain verwacht ga je gewoon proberen de pain te ontwijken. Maar geef mensen een doel en ze zijn tot alles in staat. Van kruistochten en zelfmoordaanslagen tot naastenliefde en maanlandingen.
In de moderne wereld heeft elk individu meer dan ooit nood aan een doel, iets om zijn leven op te richten. Een goed doel wordt bereikt door goede mensen, via een goed leven. Als men wat meer dachten aan waar ze naartoe willen, in plaats van hoe ze daar willen geraken, dan komt men er misschien sneller. Als zalmen die stroomopwaarts, door onbekende rivieren en zonder na te denken (duh het zijn vissen…), hun broedplaats feilloos vinden.
Natuurlijk mag er ook gedroomd worden, te pas en te onpas, zolang het niet de bovenhand krijgt en het geen eindeloze omweg wordt die ons van ons doel afbrengt. Af en toe moet er gedroomd worden, hoe weten we anders wanneer we wakker zijn?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten