21-03-2012

Rouw

Rouw
Vrijdag 16 maart 2012, 11 uur ’s morgens, héél België staat stil. Een teken van nationale meelevendheid op een dag van nationale rouw. De eerste sinds 2004, toen voor de slachtoffers van de gasramp in Gellingen. Het hele land lijkt mee te leven met de getroffen kinderen, ouders, familieleden, leeftijdsgenootjes en andere bekenden. Op bepaalde plaatsen worden ontelbare bloemstukken, kaarsen of andere gedenktekens neergelegd. Het is iets bijzonders, een heel land dat dezelfde emoties deelt. Wanneer de geschillen en problemen van alledag even vergeten zijn, en iedereen even hetzelfde denkt en voelt. Iedereen, jong en oud, studenten en arbeiders, politici en activisten, zelfs de media. Jawel, zelfs de media deelt in de bedroefenis en de solidariteit. Zendschema’s worden aangepast om het drama alle aandacht te geven die het toekomt. Hele nieuwsuitzendingen gaan enkel over de gebeurtenissen om en bij de ramp. Men zou haast gaan geloven dat de hele wereld stilstaat, dat er een paar dagen niets anders gebeurt dat de moeite van het rapporteren waard is.

En dat is vreemd. Dat een dergelijk drama meer aandacht krijgt dan een gemiddeld nieuwsitem is vanzelfsprekend, maar dat er opeens niets anders meer vertelt moet worden? De media worden nogal eens de waakhond van de maatschappij genoemd, maar een waakhond die dagen aan een stuk naar een eekhoorn in één hoek van zijn domein staat te grommen, is een héél slechte waakhond. In plaats van hun rol van onafhankelijke reporter, gedragen nieuwszenders, -ankers en journalisten zich opeens als priesters (om hier even de treffende woorden van Dr. Van den Bulck te citeren). Ze geven niet langer een objectieve stand van zaken, maar verkondigen opeens een boodschap van emoties en inleving. Een boodschap die overal hetzelfde klinkt, en die de mensen zonder meer moeten aannemen. Juist omdat het over zoiets onvoorstelbaar dramatisch gaat, lijkt het alsof bijna niemand de inhoud van de verslaggeving in vraag durft te stellen.

In mijn ogen is het niet de taak van de media om het rouwproces van de getroffenen in kaart te brengen en aan de hele nieuwsconsumerende populatie ten toon te stellen. Nieuwsjournaals zijn geen psychologische realityshows. Het verdriet en leed van nabestaanden zou geen nieuws mogen zijn, of zou toch zeker niet meer aandacht mogen krijgen dan het drama zelf. Als mijn kind zou verongelukken, zou ik geen cameraploegen willen zien of ter woord willen staan. Niet op de plaats van het ongeval, niet bij de begrafenis en niet bij herdenkingsgelegenheden. Maar ik weet ook niet of ik in zo’n situatie de moed zou kunnen opbrengen om de aanwezige media om begrip te vragen, en hen desnoods te wijzen op  mijn recht op privacy. Want laten we eerlijk zijn, het detail waarmee de situatie van die mensen wordt weergegeven, nadert wel héél dicht de grens met een schending van de privacy, als die grens niet al lang overschreden is. En blijkbaar kan dat allemaal zomaar. Is er dan geen deontologische code voor journalisten? Ik dacht van wel. Wie bepaalt dan wanneer zij die regels overtreden? De Raad voor de Journalistiek, die zich bij een uitspraak over wat wel en niet mag natuurlijk het gras onder de voeten wegmaait.

In de praktijk zijn het de nieuwsconsumenten die bepalen waar de grens ligt. Zolang media-gebruikend Vlaanderen zich stil houdt en het geleverde nieuws braaf binnenspeelt, is er voor de nieuwsdiensten geen probleem. Zolang kijkers, lezers en luisteraars zich in elke hype laten meesleuren (sorry maar hier MOET gewoon even een Kony referentie bij) zonder zich vragen te stellen over de aard van de berichtgeving, zullen mediamakers hun manier van werken niet aanpassen.

Nieuws is objectief. Nieuws draait rond feiten, niet rond emoties. Niet alles is nieuws, en niet alle nieuws mag zomaar nationaal verkondigd worden. Ik ben niet voor censuur, maar wel voor enige terughoudendheid waar het persoonlijke en intieme informatie betreft.

04-02-2012

Levensweg

Geluk zit in kleine dingen. Een wijs man heeft het ooit gezegd. Of een wijze vrouw, weet ik veel. Het punt is: hij of zij had gelijk. Geluk zit in de kleine dingen. Misschien zit het ook een beetje in de grote dingen, maar daar kan je het beter niet gaan zoeken. De grote dingen zijn hooibergen waarin je een naald wil zoeken. Graansilo’s waarin je een diamant wil vinden. Begin er niet aan, hou het simpel. Haal je kop uit de wolken, vergeet de skyline’s en verre horizonten. Kijk om je heen, niet naar beneden. Staar niet zomaar voor je uit, maar zie wat er gebeurt, wat is. Zie de kleuren, zie het leven en zoom in op de details. Zie niet de moeder die haar kind met moeite en een van zorgen verwrongen gezicht meesleurt, maar zie de vreugde van het kind dat zich verwondert over de wereld. Keur niet de gigantische flatscreen waar je toch geen geld of plaats voor hebt, maar merk de kleine tv op waar je een gratis dvd-speler bij krijgt, en die perfect in de hoek van je living past. Vervloek niet de politici en grote bazen die zich sjacherend en huichelend in bochten wringen om zich te kunnen verrijken aan de mensheid die van hen afhankelijk is, maar prijs de gewone man die ondanks zijn last de schouders ophaalt en lachend aan de nieuwe dag begint.

Ondanks de vooruitgang van onze beschaving(en) krijgen steeds meer mensen, vooral in de westerse wereld, te maken met depressies, burnouts en dergelijken. Daarvoor kunnen verschillende verklaringen worden gegeven. Afhankelijk van de politieke en ideologische denkbeelden die men aanhangt zal men de schuld steken op het kapitalisme, bureaucratisering, individualisering, het verdwijnen van het geloof in (een) God, en ga zo maar door.
Een ander wijs man (Zed de tovenaar) heeft ooit gezegd: kijk naar de oplossing en niet naar het probleem. Met andere woorden: het maakt niet uit wat de oorzaak is, zolang we er een oplossing voor vinden. Oplossingen voor dit probleem zijn in overvloed te vinden. Goeroe’s, profeten, managers en andere charlatans hebben een heus gat in de markt gevonden. Het is een echte trend om als succesvol ondernemer, politicus, sportman of… een al dan niet autobiografisch boek te schrijven over succes en/of geluk. Zelfs Herman van Rompuy heeft bij nieuwjaar alle wereldleiders ‘The World Book of Happiness’ gegeven. Blijkbaar zoeken veel mensen zulke boeken, cursussen of god-weet-wat op in de hoop geluk, succes of liefde te vinden.

Geluk, succes, of liefde. Drie begrippen die heel vaak in één adem vernoemd worden. Ik neem echter aan dat de moderne mens rationeel genoeg is om te beseffen dat succes en/of liefde niet gelijk staan aan geluk. Over succes, en de daar automatisch bij horende eenheid ‘geld’, weten we het volgende: “Money doesn’t buy happiness, but it sure as hell buys everything else”. Alweer wijze woorden. Ook liefde is op zich niet voldoende. Liefde vult immers geen magen en bouwt geen huizen. Naast liefde en een minimum aan financiële middelen is er nog iets onontbeerlijks voor geluk: een diep en breed bewustzijn. Een bewustzijn over het eigen leven. Zowel een diep zelfbewustzijn over wat men wil, en een breed uitwendig bewustzijn van wat men kan. Dit lijkt misschien een vreemde stelling, en om mijn punt duidelijk te maken zal ik dan ook gebruik maken van een metafoor.

Stel je je leven voor als een weg, een lange weg (hopelijk) met veel bochten, kruispunten en hindernissen. Die weg die je leven voorstelt, wil je natuurlijk niet helemaal te voet afleggen. Dus stel je ook een auto voor, waarin jij de weg van je leven aflegt. In deze metafoor is liefde de carrosserie. Datgene dat alles bij elkaar houdt, een plaats en zin geeft. Iedereen heeft op zijn minst een beetje liefde in zijn leven, maar hoe meer liefde en hoe sterker die is, zo stevig is de carrosserie van je (denkbeeldige) wagen. En hoe beter de carrosserie, hoe beter je tegen problemen en hindernissen bestand bent. Neem je de verkeerde weg op een kruistpunt (een foute keuze in je leven) en eindig je tegen een muur, dan zorgt een stevige wagen ervoor dat je toch verder kan.
Geld wordt in onze metafoor voorgesteld door alle technische snufjes aan de wagen. Veel geld betekent een krachtige motor, stevige schokdempers, airbags, gps, automatisch schakelen en noem maar op. Geld maakt het met andere woorden gemakkelijker om de weg af te leggen. Hindernissen worden makkelijker overwonnen of ontweken met respectievelijk goede schokdempers of een slimme gps.
Tenslotte is er nog het bewustzijn, wie even nadenkt weet wat er nog ontbreekt aan de wagen: een bestuurder. Een bestuurder die weet wat hij wil, welke richting hij wilt nemen bij kruispunten. Een bestuurder die weet wat hij kan, en geen hindernissen gaat nemen die zijn wagen niet aankan.

De metafoor maakt duidelijk dat een minimum aan geld en liefde voldoende zijn om gelukkig te zijn. Zolang de bestuurder zich bewust is van dat minimum, en geen beslissingen gaat nemen die zijn wagen niet aankan. We zien ook dat een veelvoud van één van de twee het al een pak makkelijker maakt. Veel geld om problemen te ontwijken of overkomen, of veel liefde om snel te recupereren. Het belangrijkste is en blijft de bestuurder zelf. Iemand die weet wat hij wil en kan, zal middels enige zelfreflectie nu en dan, niet zo snel een verkeerde of slechte beslissing nemen.

Er is nog één facet van dat verregaande bewustzijn, dat even aparte aandacht verdiend: berusting. Sommige hindernissen zijn nu eenmaal onoverkomelijk, sommige wegen kunnen nu eenmaal niet gekozen worden. Berusting is het besef dat jij slechts gedeeltelijk zelf de weg van je leven uitmaakt. Talloze andere mensen hebben ook invloed op jouw leven, sommige al wat meer dan anderen, maar allen bepalen ze mee de vorm van je levensweg. Berusting houdt in dat je je daarvan bewust bent, en er mee leert te leven. Het is een fabeltje dat je kan worden wat je maar wil, als je maar je best doet.

Dat wil echter niet zeggen dat we niet allemaal gelukkig kunnen zijn, als we tenminste een beetje moeite doen.